‘t Raasje

Terpboerderijen tot 1930 (Erf 96, Noorddiepweg 2)

De oudste terpboerderijen liggen op de hoogste delen van het Kampereiland, Erf 96 is hier een mooi voorbeeld van, net als Erf 29 aan de Heultjesweg 31. De erven zijn gebouwd op belten en bestaan naast de boerderij uit een kleine veestal, enkele kapbergen voor het hooi, een wagen- en een paardenschuur. De boerderij zelf is met riet bedekt en heeft een topgevel met een schoorsteen aan de voorkant en een wolfeind aan de achterkant. De voorgevel heeft een asymmetrische uitstraling: de deur zit naast het midden en vanwege de lage goot zijn de buitenste twee vensters kleiner de rest. De achtergevel wordt gedomineerd door grote deeldeuren en aan elke zijde bevinden zich halfronde stalramen. De gevels zijn opgetrokken uit bruin baksteen en voorzien van een grijze plint aan de onderzijde. Muurankers, vlechtingen van metselwerk en met schulpen versierde windveren vormen kenmerkende details.


Havens

De boeren op het Kampereiland haalden tussen 1800 en 1950 een groot deel van hun inkomsten uit de verkoop van hooi. Vanaf de verschillende haventjes werd dit hooi samen met melk en riet vervoerd naar afnemers in de gehele regio. Materialen die binnenkwamen waren onder meer turf om te stoken, grind voor verharding van de wegen en materialen om boerderijen te bouwen. De havens waren zogenoemde hoofden: aanlegkades waar men kon aanleggen om te laden en te lossen. Ze bevonden zich bij de IJssel, het Ganzendiep en het Noorddiep. Eén van de hoofden, ‘t Raasje aan de IJssel, is nu een jachthaven voor de pleziervaart.


Sluizen en gemalen

Op het Kampereiland zorgden sluizen en gemalen ervoor dat het water op peil bleef. Tijdens de ruilverkaveling, eind jaren vijftig, werd de waterbeheersing geoptimaliseerd met nieuwe gemalen die het water zowel naar binnen als naar buiten konden pompen. Eén van die gemalen, het Zwaantje, is te zien vanaf de Noorderrandweg. Ook het Gansje bij het Ganzendiep en ’t Raasje aan de IJssel zijn nog steeds werkzaam. Het gemaal Mandjeswaard stamt uit de jaren dertig. Dit gemaal functioneerde zo goed, dat het tijdens de ruilverkaveling als enige bewaard bleef.


Bereikbaarheid

Tot 1940 waren er pont- en voetveren over het Rechterdiep, het Ganzendiep, de Goot en de IJssel. Eeuwenlang moesten de bewoners van het Kampereiland van deze veren gebruikmaken om zich te verplaatsen. Dat kon behoorlijk wat tijd in beslag nemen. Neem de kinderen van de Vossenwaard: zij moesten tot begin negentiende eeuw drie keer het water oversteken om op school te komen. Eenmaal aangekomen doorkruisten zij, net als de andere bewoners van het Kampereiland, meerdere weilanden en dus ook meerdere hekken om hun plek van bestemming te bereiken. Heel normaal in die tijd.



Terug naar overzicht
 
 
Logo IJsseldelta