Grafhorst

Ganzendiep en Goot

Terwijl het Noorddiep en de Garste werden afgedamd, zijn het Ganzendiep en de Goot altijd open gebleven. Wel had men hier te maken met verzanding: in de zeventiende eeuw schijnt het zelfs mogelijk geweest te zijn om op sommige plekken met paard en wagen het Ganzendiep over te steken. Al snel werd dit verboden, mogelijk omdat men zo veergelden misliep.


Kolkjes

Deze dijk werd al in een heel vroeg stadium aangelegd om de bewoners van het Kampereiland te beschermen tegen overstromingen vanuit het Ganzendiep. Dat de dijk niet altijd bestand was tegen het water bewijst de naastgelegen kolk. Een dijk brak soms door, waardoor het water met grote kracht een gat in de grond sloeg. Bij het herstel werd de dijk om de kolk heen gelegd.

Bereikbaarheid

Tot 1940 waren er pont- en voetveren over het Rechterdiep, het Ganzendiep, de Goot en de IJssel. Eeuwenlang moesten de bewoners van het Kampereiland van deze veren gebruikmaken om zich te verplaatsen. Dat kon behoorlijk wat tijd in beslag nemen. Neem de kinderen van de Vossenwaard: zij moesten tot begin negentiende eeuw drie keer het water oversteken om op school te komen. Eenmaal aangekomen doorkruisten zij, net als de andere bewoners van het Kampereiland, meerdere weilanden en dus ook meerdere hekken om hun plek van bestemming te bereiken. Heel normaal in die tijd.

Als het Kampereiland overstroomde gebruikte men roeiboten om zich te verplaatsen. Stormde het zeer hevig, dan voeren de veren niet en was het eiland volledig afgesloten van de buitenwereld. De infrastructuur op Kampereiland verbeterde met de komst van de Ganzensluis en de Ramspolbrug. Ook de ruilverkaveling, die plaatsvond van 1956 tot 1963, zorgde voor een betere bereikbaarheid. Langzamerhand verdwenen de pont- en voetveren, tot de laatste in 1958 werd opgeheven. Nog steeds is te zien waar men overstak van Kampereiland naar Grafhorst.



Terug naar overzicht
 
 
Logo IJsseldelta