Erf 12

Rechterdiep

Het Rechterdiep was in de achttiende en begin negentiende eeuw de belangrijkste IJsseluitgang. Op den duur nam de stroomsnelheid van het water af, waardoor de uitgang verzandde en de schepen er moeilijk konden varen. Om deze verzanding tegen te gaan werden de Ketelkribben aangelegd, waarvoor men onder meer het puin van de gesloopte Kamper stadsmuur gebruikte. Toen het Keteldiep rond 1850 werd verdiept, verbreed en rechtgetrokken, werd dat de belangrijkste IJsseluitgang en verloor het Rechterdiep zijn scheepvaartfunctie. Tijdens de inpoldering van de Noordoostpolder besloot Rijkswaterstaat om het Rechterdiep vol te spuiten en een nieuwe riviermond te graven: het Kattendiep. Om dit te kunnen realiseren, moest Erf 12 verplaatst worden.


Bereikbaarheid

Tot 1940 waren er pont- en voetveren over het Rechterdiep, het Ganzendiep, de Goot en de IJssel. Eeuwenlang moesten de bewoners van het Kampereiland van deze veren gebruikmaken om zich te verplaatsen. Dat kon behoorlijk wat tijd in beslag nemen. Neem de kinderen van de Vossenwaard: zij moesten tot begin negentiende eeuw drie keer het water oversteken om op school te komen. Eenmaal aangekomen doorkruisten zij, net als de andere bewoners van het Kampereiland, meerdere weilanden en dus ook meerdere hekken om hun plek van bestemming te bereiken. Heel normaal in die tijd.



Terug naar overzicht
 
 
Logo IJsseldelta